Eerst een mens – Over medemenselijkheid en oordelen

Gisteren klonk er een harde klap voor ons huis.

Een e-bike en een auto kwamen met elkaar in botsing. De fietser werd geraakt en kwam een paar meter verderop op het asfalt terecht. Hij had duidelijk veel pijn.

Ik rende naar hem toe. Niet omdat ik precies wist wat ik moest doen, want eerlijk gezegd wist ik dat niet. Ik kon zijn pijn niet wegnemen. Ik kon het ongeluk niet ongedaan maken. Ik kon alleen naast hem zitten. Hem vertellen dat hij niet alleen was. Dat de ambulance onderweg was. Ik vroeg Roos om 112 te bellen en hurkte bij hem neer. Ik legde rustig een hand op zijn schouder en probeerde hem gerust te stellen. Hij was onrustig en zichtbaar bang. Hij sprak moeizaam Nederlands, maar hij probeerde het. Hij vertelde iets over zichzelf, wie hij was en waar hij woonde. Maar eerlijk gezegd maakte dat mij op dat moment helemaal niets uit.

Hij was geen asielzoeker.

Hij was geen Syriër.

Hij was geen verhaal.

Hij was een jonge man die pijn had.

Wat mij achteraf het meest raakte, was niet alleen de aanrijding zelf. Het was wat er daarna gebeurde. Er kwamen meer mensen kijken. Maar ik zag niemand naar hem toe gaan. Er werd gesproken over wat er gebeurd was, over wie schuld zou kunnen hebben, over verklaringen. Maar de eerste vraag die bij mij opkwam was veel eenvoudiger: “Hoe gaat het met hem?”

Misschien raakt het mij ook omdat ik zelf ooit ben aangereden. Ik weet hoe kwetsbaar dat moment voelt. Je ligt daar, de wereld beweegt door, en ineens ben je afhankelijk van de aandacht en zorg van een ander. Ik begrijp dat mensen willen weten wat er gebeurd is. Natuurlijk moet er gekeken worden naar verantwoordelijkheid. Dat zijn belangrijke vragen. Maar er is een volgorde.

Eerst de mens.

Dan het oordeel.

Wat mij zorgen baart, is hoe snel we soms van een mens een verhaal maken. Hoe snel iemand verandert in een categorie: een automobilist, een fietser, een asielzoeker, een Nederlander, iemand van “een bepaalde groep” — alsof we eerst moeten weten wie iemand is voordat we besluiten om ons om die persoon te bekommeren. Terwijl juist onze kwetsbaarheid misschien wel één van de meest menselijke eigenschappen is. We zijn allemaal afhankelijk van elkaar. We hebben allemaal momenten waarop we niet sterk zijn, waarop we iemand nodig hebben die naast ons gaat zitten.

Misschien is medemenselijkheid geen naïeve zachtheid, maar juist een van de grootste menselijke verworvenheden. We zullen blijven verschillen van mening. Over politiek, over beleid, over de samenleving. Dat hoort bij een vrije samenleving. Maar misschien moeten we oppassen dat onze meningen ons niet verhinderen om de mens tegenover ons nog te zien. Want gisteren lag er geen discussie op straat. Er lag een mens.

 

Vond je dit interessant lees dan ook: Mijn laatste poging haar gelukkig te maken