Hulp vragen

We wonen nu precies zes jaar in ons huis. Een prachtig huis wat we met weinig hulp van de bank hebben gekocht. Want als je eenmaal kanker hebt gehad, dan zijn bankiers niet meer geneigd om je van een levensverzekering te voorzien. Dan kan je, hoeveel je ook verdient, de financiering van een nieuw huis wel vergeten. Voor echte hulp moest ik bij mijn vader zijn. Hij maakte het mogelijk dat we toch konden verhuizen.

Kappen

Voordat ik me kon settelen op onze nieuwe plek, moest er iets groots gebeuren. In de tuin stond een onooglijke conifeer. Hij stond er net zo lang als ik leefde en daarom werd het een symbool voor mijn geleefde leven. Dus kappen met die boom. Op de prednison ben ik als een razende tekeer gegaan. Eerst grote stukken met de hand, later leende ik een elektrische zaag van mijn schoonvader. Wat overbleef was een diepgewortelde stomp hout. De prednison gaf me intussen niet meer zoveel kracht, dus ik moest het erbij laten.

Overlevingsstrategie

Pas een paar weken geleden kreeg ik de geest en ben ik begonnen om het irritante ding uit te graven. Iedere keer als ik een wortel tegenkwam en hem kon doorzagen was dat een overwinning. Maar het gaf me niet de energie om het hele gevaarte eruit te krijgen. Ik had hulp nodig, maar ik wilde er niet aan toegeven. Zolang ik zelf kan koken, boodschappen doen en zorgen voor mijn dochter, dan blijf ik onafhankelijk en vrij. Als ik me overgeef aan de hulp van anderen, dan leg ik mezelf een beperking op. Het is moeilijk in stand te houden, maar niet om hulp vragen is onderdeel van mijn overlevingsstrategie.

Zorgen doen

Nu ben ik gezegend met veel goede mensen om mij heen. Mensen die als het nodig is zo voor me klaar staan. Maar ik laat het weinig toe. Alleen de zorg van mijn moeder, daar kan ik niet omheen. Toen ik onlangs weer eens in het ziekenhuis belandde stond zij klaar om op mijn Feline te passen. Voor haar is het zorgen een kwestie van doen en niet van maken. Zij zag hoe ik in de tuin aan het klooien was en regelde twee sterke kerels die de stronk er in drie kwartier uit rosten. Haar hele leven deed ze niet anders dan zorgen. Eerst voor haar broer, toen voor mijn vader en nu blijf ik over. Er gaat geen dag voorbij dat we elkaar niet zien. Altijd doet ze iets in de tuin en de vaat of de was blijven nooit onaangeroerd liggen. Ze verzekert dat je over mij niet druk hoeft te maken. Want zij zorgt voor mij, maar wie zorgt er voor mijn moeder?

 

Vond je deze blog interessant, lees dan ook: Papa help!