De finish

Marieke is mijn verpleegkundig specialist. Ze schrijft me medicijnen voor en legt me uit wat er met mijn lijf gebeurt. Ze weet bijna net zoveel van ziek zijn als ik, maar ze weet er nog altijd meer van dan een gewone hematoloog. Zonder Marieke ben ik niks en het is daarom dat ze me iedere vier weken ziet. De laatste keer dat wij elkaar zagen stond ze me vooraan in de gang van de poli al op te wachten.

‘Wat heb je met die longfunctie uitgespookt?’ zei ze euforisch. Mijn longfunctie wordt twee tot vier keer per jaar getest, omdat door de voortdurende afstotingsreactie mijn longen telkens klappen krijgen van virussen en bacteriën. Haar armen waren gespreid alsof ze op het punt stond me op te tillen en in de lucht te gooien.

‘Was het goed? Dat dacht ik wel!’ mijn grijns was niet te maskeren.

In de kamer hield het enthousiasme van Marieke niet op. ‘Misschien word je wel immuun tolerant.’ Dat betekent dat ik niet om de haverklap ziek ben, omdat mijn lichaam dankzij de nodige vaccinaties weerbaar wordt. Wat jarenlang onmogelijk leek, daar mag ik eindelijk over dromen.

Fietsen

De afgelopen maanden heb ik redelijk probleemloos een conditie op kunnen bouwen. In de sportschool ging het langzaam vooruit. Eerst wat krachttraining en later cardio. Sinds ik ziek werd, acht jaar geleden, is er geen week voorbij gegaan zonder gedoe, maar de afgelopen zomer heb ik na een longontsteking weinig problemen gekend. Zo heb ik op de racefiets tochten tot wel 100 km gemaakt en kunnen mijn longen weer wat aan. Maar ik maak me geen illusies. De finish is lang niet bereikt. De herfst is nog niet begonnen en ik heb mijn eerste forse virusinfectie weer te pakken.

In weer en wind

Enthousiasme werkt aanstekelijk, maar Marieke helpt me het meest wanneer ze duidelijk is. Ik mag dromen over het onmogelijke. ‘Maar,’ zegt ze ‘hou er rekening mee dat je tot aan het eind van je leven vast zit aan dit ziekenhuis.’ Genezing is niet iets waar ik rekening mee moet houden. Gelukkig heb ik door die lange fietstochten geleerd dat de finish altijd een ontnuchtering is. Natuurlijk is het geweldig wanneer ik 100 kilometer in een redelijk tempo kan afleggen, maar het mooiste van fietsen is het harde werken, in weer en wind. Mocht ik te horen krijgen dat ik gezond ben, dan zou ik niet weten wat ik verder moet. Zo gewend ben ik aan mijn lijden dat ik niets anders zou willen.

 

Vond je dit verhaal interessant, lees dan ook: Kamermuziek