Bloed – Rose George

Het leukste aan achttien worden was dat ik mijn bloed kon doneren. Dus het eerste wat ik die dag deed was naar de bloedbank. In een gebouwtje van het Rode Kruis kreeg ik een vragenlijst over seks, drugsgebruik en buitenlandse reizen. Wanneer alles met ‘nee’ beantwoord kon worden mocht ik naar een soort dokter die uiterst ontspannen mijn vragenlijst naliep, bloeddruk controleerde en het HB in mijn bloed vaststelde. Er werd me verteld dat het HB een belangrijke waarde is, omdat die bepaalt hoeveel zuurstof door de rode bloedcellen getransporteerd kunnen worden. Bloedarmoede zou je duf en lusteloos laten voelen en een hoge HB helpt je lichaam in uithoudingsvermogen en duursport. ‘Zolang het anderen maar helpt’ zei ik, ‘meer hoef ik er niet van te weten’. Vervolgens werd ik door de verpleging met open armen ontvangen en begon ik mensenlevens te redden.

Vloeiend orgaan

We zijn als mensen zo verschillend, maar als er één grote gemene deler is, dan is het ons bloed. De Britse schrijfster Rose George viel het op dat ondanks het universele bloed zoveel te vertellen valt over ons vloeibare orgaan. Of het nu gaat over aderlatingen die tot de dag van vandaag worden uitgevoerd, bloed als drager van allerlei ziekten of oorlogen die ons in het heetst van de strijd vrijheid geeft om medische experimenten uit te oefenen, George schrijft zeer verhalend over deze uiteenlopende onderwerpen. Zo beschrijft ze het ontstaan van de bloedbanken in Groot-Brittannië nog geen eeuw geleden als een heldenepos. Ze kan je idee van zoiets weerzinwekkends als een bloedzuiger veranderen in een beestje met magische krachten. Ze grijpt je bij de keel als het gaat om de HIV patiënten in Zuid-Afrika en ze heeft mij nog meer begrip voor vrouwen gegeven met haar verhalen over ongesteldheid.

Het lichaam zegt genoeg

Tot ik acht jaar geleden te horen kreeg dat ik kanker in mijn bloed had stond ik maar weinig stil bij mijn bloed. Mijn altijd voorbeeldige HB was het bewijs van mijn atletische vermogens en ik joeg maar door. De dokter vertelde me dat mijn HB was gedaald tot 3 en ik wist dat het gedaan was met mijn levensreddende donaties. Ik kreeg zelf een reeks zakken bloed die voldoende waren voor twee jaar doneren. Het voelde goed en even hoopte ik dat het wel mee zou vallen met die leukemie. Een dag later vertelde hij wat er precies aan de hand was, maar ik wilde er niets van weten. De jaren die erop volgden werd er gesmeten met leukocyten, witte bloedcellen, T- en B-cellen, beenmergpuncties, een stamceltransplantatie, bloedvergiftigingen en chronische-graft-versus-host-disease. Maar wat het betekende hoef ik echt niet te weten. Mijn lichaam zei genoeg.

Een goed verhaal

Op de dag dat Bloed van Rose George in de winkels lag ben ik er meteen in gaan lezen. Niet omdat ik op zoek was naar een beter begrip van hoe bloed werkt, maar omdat ik hou van een goed verhaal. Bloed leest als een spannend boek en er is een hoopgevend einde. Bloed wordt steeds meer ontdaan van haar geheimen. De hematologen die ik bezoek vinden dat ook, maar ze zien in mij nog altijd een interessant studieobject. Het verhaal van de leukemiepatiënt die gemankeerd doorleeft ontbreekt in Bloed en misschien is het dan ook hoog tijd om die complete geschiedenis als een opwindende roman zelf te publiceren.

 

Lees ook de andere boekbesprekingen:

Echte Dokters Huilen Ook

Beter Worden Is Niet Voor Watjes